Jongeren knappen af op kostprijs mobiel internet
Ik denk niet alleen de jongeren...
Nieuwe media zijn onmisbaar in het leven van jongeren en bieden enorm veel mogelijkheden, maar die worden niet ten volle benut. De redenen daarvoor zijn wel niet altijd bij de jongeren zelf te zoeken. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek over nieuwe media bij kinderen en jongeren.
Jeugdwerknet, Graffiti Jeugddienst en de onderzoeksgroep MICT van Universiteit Gent bevroegen van oktober 2011 tot april 2012 286 kinderen (9-12 jaar) en 1495 jongeren (12-18 jaar) over hun mediabezit, mediagebruik en attitudes tegenover media.
81% van de bevraagde jongeren heeft een smartphone die online kan. Maar slechts 33% gebruikte de afgelopen maand ook effectief mobiel internet. De meest aangehaalde redenen om niet mobiel online te gaan zijn ‘niet handig’, ‘te traag’ en vooral: ‘te duur’.
Als jongeren mobiel online gaan, is dat bijna altijd via het gratis wifi-netwerk thuis, een (onbeveiligd) netwerk elders of met gratis internetsessies. De kostprijs van media beïnvloedt duidelijk het mediagebruik bij jongeren.
Heel wat jongeren zijn ook actief op sociale netwerken: meer dan de helft van de Vlaamse jongeren heeft een YouTube account, 80% logt dagelijks in op Facebook en 62% sms’t wekelijks over huiswerk.
In het onderwijs is er van die belangstelling echter bitter weinig terug te vinden. Slechts 1 op 10 leerlingen kreeg het afgelopen jaar les van een leerkracht die YouTube, Twitter of Facebook in de les gebruikte. Ook veilig internetgebruik en privacy online komen volgens jongeren te weinig aan bod in het onderwijs.
De uitgebreide resultaten van het onderzoek worden dinsdag voorgesteld tijdens de studiedag Apestaartjaren 4 in de Gentse Vooruit.
Bron: De Standaard van 6 mei 2012
Bestanden in de wolk
Een gratis backup!!!
Er zijn al heel wat ‘cloud'-opslagdiensten. Maar als een klepper als Google zich ermee bemoeit, is het voor de andere spelers wel even slikken. Google Drive biedt componenten die we ook aantreffen bij bestaande alternatieven, zoals Dropbox en SkyDrive. Op je pc wijs je een map aan. Die wordt vanaf dan voortdurend gesynchroniseerd met Google Drive. Je kunt er al je documenten, foto's... in bewaren. Dat betekent dat je op je pc ook rustig kunt doorwerken zonder internetverbinding. Zodra er weer een verbinding is, worden je plaatselijke map en Google Drive gesynchroniseerd. Als er wijzigingen zijn aan een bestand wordt de recentste versie behouden.
De bestanden in je Google Drive kun je bereiken vanop elke pc via de browser. En er is – uiteraard – een Android-app waarmee je vanaf tablet of smartphone de bestanden kunt bekijken en documenten bewerken.
Wat Google Drive nog mist, is een iOS-app. Daarom is het voorlopig alleen aan te bevelen voor gebruikers die in een Google-wereld leven, maar dat zijn er heel wat. Regelmatige gebruikers van de online kantoortoepassing Google Docs hebben zelfs geen keuze: hun documenten zitten automatisch in Google Drive.
Dat blijkt een slimme ingeving van Google, want zowel Google Docs als Google Drive worden er nuttiger door. Al kun je de Google Docs-documenten alleen wijzigen als er een internetverbinding is. Met opslagruimte is Google wat minder gul: 5 gigabyte gratis, maar voor 1,9 euro per maand krijgt u 25 GB. Google Drive start bescheiden, maar wordt op termijn zeker een zwaargewicht.
Dropbox en co
Is het beter dan Dropbox? Wel, het hangt ervan af wat je ermee van plan bent. Ten eerste doet het precies wat het moet doen. Je hebt een map met bestanden en daar kun je altijd en van overal aan. Met zijn aanbod van 2 GB gratis loopt Dropbox wel een beetje achter op zijn concurrenten (7,6 euro per maand voor 50 gigabyte). Maar zijn grote troef is dat het op elk apparaat werkt. Een extra voordeel is dat er ondertussen zeer veel apps op iOS en Android zijn die ervan gebruik maken. Veel apps laten je toe om je werk niet in een plaatselijke map te bewaren, maar meteen naar Dropbox te sturen.
Microsoft SkyDrive heeft ook een troef: het biedt meer gratis ruimte: 7 gigabyte (tot voor kort was dat zelfs 25 gigabyte). Microsofts online diensten zijn de voorbije jaren verscheidene keren van naam en uitzicht veranderd, wat verwarrend is. Maar werken doen ze wel. Vooral de Windows-component van SkyDrive is sterk. Extraatje: als je twee pc's – bijvoorbeeld je desktop thuis en je laptop – op SkyDrive hebt aangesloten, kun je vanop de laptop toegang krijgen tot de desktop en omgekeerd – niet alleen toegang tot de bestanden, maar tot de volledige computer. Beide computers moeten dan wel aanstaan en een internetverbinding hebben.
In de volgende Windows-versie, Windows 8, zit SkyDrive ingebakken. SkyDrive heeft een keurige cliënt voor de eigen Windows Phone en voor iOS, maar een officiële Android-app ontbreekt nog. Gelukkig bestaat er een gratis app, SkyDrive Browser, waarmee je vanuit Android toch aan SkyDrive geraakt.
Apple iCloud is het buitenbeentje. Eigenlijk kun je het moeilijk vergelijken met Dropbox, SkyDrive en Google Drive. De opzet is namelijk anders. iCloud is vooral bedoeld als backup- en synchronisatiedienst voor iPhone en iPad-apparaten. Niet alleen voor bestanden en foto's, maar ook voor contacten, e-mail en agenda. En het werkt zonder dat je ernaar omkijkt. Op een pc kun je er echter weinig mee aanvangen. Ook hier krijg je 5 gigabyte gratis.
Bron: De Standaard van 5 mei 2012
Youtube maakt nu ook tv
Het blijft zitten voor een scherm...
Youtube legt de tv-zenders het vuur aan de schenen. Begin deze week stelde eigenaar Google zijn nieuwe project voor aan adverteerders: 100 kanalen met originele inhoud. Google-topman Eric Schmidt is vol vertrouwen: ‘We staan voor een explosie van online videogebruik.'
Uit eigen cijfers blijkt dat Youtube de meeste kijkers bereikt in primetime. Dan zaten surfers vroeger nog voor de televisie. Tegenwoordig, zo blijkt uit de Youtube, streamen Amerikaanse mannen tussen 18 en 34 meer dan dat ze naar tv kijken. Vroeger kende Youtube zijn piek in de middagpauze. Youtube wil nu graag voor zowat 200 miljoen dollar aan advertentieruimte slijten aan bedrijven.
Wigs heet het kanaal dat focust op vrouwenfictie. Het heeft met American Express een gulle sponsor. Er zullen kortfilms te zien zijn en een serie van Jon Avnet (producer van Black swan) en Rodrigo Garcia (scenarist van In treatment). Daarvoor werden acteurs als Jennifer Garner, Alfred Molina en Stephen Moyer binnengehaald.
Naast Wigs werd ook Team USA onthuld, een kanaal dat focust op de Olympische Spelen. Dat wordt gesponsord door het telefoniebedrijf AT&T. Later dit jaar komt er een kanaal van het Tribeca Film Festival. ‘Creatievelingen van allerlei slag – van superproducers tot getalenteerde nieuwkomers – maken de nieuwe generatie tv-kanalen op Youtube', zo zei de internetgigant. Eind juli moet er al 25 uur tv te zien zijn op Youtube.
Gisteren vertelde Telenet-topman Duco Sickinghe nog in deze krant dat tv-zenders meer moeten focussen op het internet. In de VS gebeurt dat al. Zo zou Lionsgate de reeks Soul survivor maken met Sylvester Stallone. Eerder verkocht Lionsgate Orange is the new black van Weeds-schrijver Jenji Kohan aan verhuurdienst Netflix. En ook aan streamingsite Hulu werd een originele reeks verkocht.
Lionsgate is niet alleen. Terwijl in Vlaanderen iedereen wacht op het nieuwe VT4, zijn het in Amerika vooral onlinebedrijven die de revolutie inzetten.
Bron: De Standaard van 4 mei 2012
Maakt een smartphone je minder productief?
Snelheid is niet altijd essentieel, wel stresserend...
Met een smartphone of een tablet ben je voortdurend aan het werk, of toch ten minste als ook je werkmail op het toestel staat ingesteld. Als je ‘s avonds een filmpje wil bekijken op YouTube of snel iets wil opzoeken is de kans groot dat je in één moeite ook je ongelezen mails bekijkt - en misschien zelfs beantwoordt.
Dat kan op iets langere termijn nefast zijn voor je productiviteit, en in extreme gevallen zelfs een burn-out bespoedigen. In een boek van Harvard-professor Leslie Perlow (‘Sleeping with your smartphone’) beschrijft de auteur een experiment waarbij consultants verplicht werden om één avond per week vrij te nemen en hun smartphone aan de kant te laten.
Na een tijd was die groep testpersonen productiever op het werk, én ook gelukkiger: 78 procent van diegenen die het advies volgde, voelde zich tevreden met zijn job. Bij de testgroep die het advies niet opvolgde en ‘s avonds mobiel bleef doorwerken, was dat slechts 49 procent.
Deze resultaten tonen aan dat we de perceptie creëren (en in stand houden) dat sneller werken altijd beter is, zelfs als die snelheid niet essentieel is. In veel gevallen is het zelfs beter om niet nog om 11 uur ‘s avonds op een mail te reageren, maar dat pas de ochtend nadien te doen. Voor je productiviteit hoef je het dus alvast niet te doen.
Bron: De Standaard van 20 april 2012
De onbemande helikopter in beeld
Was ik maar een kabouter, dan kon ik mee...
Veel details over het toestel zijn er nog niet bekend. De politie geeft binnen twee weken een persconferentie maar afgaande op de vrijgegeven foto kan onze redactie afleiden dat het om een Altura Pro AT6 gaat.
Die drone heeft een diameter van 82 centimeter en een gewicht van 1.300 gram (zonder camera). Het toestel heeft zes motoren van elk 350 W. Die zorgen er voor dat de helicopter camera’s tot 1.400 gram kan dragen.
In onderstaand promofilmpje kan je zien hoe de videobeelden van een onbemande mini-helicopter er uitzien.
Zonder camera’s of andere aanhangsels kan het toestel met één batterij 20 minuten vliegen. Met twee batterijen gaat de autonomie tot 25 minuten. Met twee batterijen en een laadgewicht van 1 kilo, kan de AT6 een kwartier de lucht in.
Het is de eerste keer dat een Belgische politiezone een drone aankoopt. De totaalprijs ligt veel hoger dan die van een gemiddelde gezinswagen, maar veel lager dan die van een echte helikopter.
Vorige zomer meldde het Belang Van Limburg al dat de aankoop van het toestel samen met de camera’s zo’n 50.000 euro ging bedragen. Vandaag schrijft Het Laatste Nieuws dat het de totale kostprijs op 36.000 euro komt. De prijs van de drone zelf komt op 13.000 euro.
Bron: ZDNet van 20 april 2012
Hoe verwijder je jezelf van het internet?
Betere informatie toevoegen die de negatieve informatie tenietdoet...rap gezegd...
De bedrijven die je onlineleven vergemakkelijken weten dat data gelijk staat aan geld, en ze worden steeds stoutmoediger als het op het gebruik van die data aankomt. Als ze hun zin krijgen is niet elke stap op het web onuitwisbaar, maar kunnen ze die stappen ook volgen tot ze bij jou uitkomen. Gelukkig kun je enkele acties ondernemen om je onlinegeschiedenis weer in handen te nemen.
Het onlineprivacysoftwarebedrijf Abine, dat Do Not Track Plus maakt, biedt ook een dienst aan die DeleteMe heet. Die dienst verwijdert je data van verschillende websites een weerhoudt die websites ervan terug te komen. In enkele eenvoudige stappen leggen de makers zelfs uit dat je zelf kunt doen wat DeleteMe doet.
Stap 1: Bereid je voor - je zult beleefd moeten zijn (en blijven).
De instructies vragen veel van je geduld en volharding. Het is geen slecht idee een levenloos voorwerp te nemen waar je je frustraties op kunt uitwerken, want je moet vertrouwen op de wil van anderen eer je data veranderd of verwijderd worden. Je zult niet altijd van de eerste keer je zin krijgen.
Stap 2: Volg agressief terug.
DeleteMe vraagt 99 dollar om je data te verwijderen uit de datapakhuizen. Je kunt Abines dienstenlijst volgen en alles zelf doen; dat betekent: veel e-mails schrijven, faxen sturen, en bellen. Eindeloos bellen.
Wat niet blijkt uit Abines lijst is dat de meeste van deze data-aggregators je na een paar maanden gewoon weer toevoegen, dus een jaarlijks of tweejaarlijks onderzoek naar je data is aangewezen. Wees hardnekking, wees beleefd, en als dit belangrijk voor je is: hou vol tot je krijgt wat je wil.
Stap 3: Verwijder aan de bron.
Als Google, Bing en andere zoekmachines een verandering van informatie moeten opmerken, moet je die informatie aan de bron aanpassen. Die bron kan Facebook zijn, een lokaal blog of een gamingforum.
Als je informatie in zoekmachines terechtkomt heeft dat weinig te maken met de zoekmachine, maar alles met de bronwebsite. Wanneer je die website(s) aanpast zul je de aanpassingen ook in zoekmachines zien verschijnen.
Iets (laten) verwijderen van een website is geen wetenschappelijk proces, al moet je wel methodisch te werk gaan. Vraag het beleefd, en zoals je hierboven kunt lezen zul je dat waarschijnlijk meer dan één keer moeten vragen via verschillende communicatiekanalen.
Wat goede wil en een compromis kunnen je eventueel ook goede resultaten opleveren. Als je vraag voor het verwijderen van je data geweigerd wordt, kun je proberen te vragen of ze je identiteit willen anonimiseren. En als het proces blijft aanslepen, probeer dan iemand anders te contacteren.
Stap 4: Zit Google achter de veren.
Als je succesvol een website veranderde maar Google toont nog de oude informatie, kun je Googles URL Removal Tool gebruiken om het proces te versnellen. Let er wel op dat je daarvoor een Googleaccount nodig hebt, en dat als je Google kunt laten veranderen, je het hele proces nog moet herhalen voor Bing en/of andere zoekmachines.
Stap 5: Geef het slechte een likje goede verf.
Als je er dan toch niet in slaagt de informatie te verwijderen die je op een negatieve manier beïnvloedt, kun je andere, betere informatie toevoegen die de negatieve informatie tenietdoet. De Positieve Jij zal de Negatieve Jij gewoon overschaduwen.
Je kunt ook sociale websites gebruiken om slecht nieuws te verbergen. Van About.Me over Flickr tot Twitter: sociale netwerken scoren hoog in zoekmachines. Door profielen onder je eigen naam te maken en te onderhouden kun je de informatie over jezelf controleren en begraaf je foutieve informatie op pagina twee of drie van de zoekresultaten.
Stap 6: Neem een advocaat onder de arm.
Als je laster ontdekt, zoek dan een advocaat die je kan adviseren. Verzamel je bewijs, wees beleefd en vastberaden en zoek iemand die je door het legale doolhof kan leiden.
Je bent echter niet alleen, en deze zes stappen helpen je een heel eind op weg om je identiteit weer van jou te maken.
Bron: ZDNet van 20 april 2012